«

»

jul 14

De uitdaging: De Cinglés du Mont-Ventoux. [Ton Hoogeveen]

P1060945“N’est pas fou qui monte au Ventoux, mais est bien fou qui y retourne.”
“Je bent niet gek als je de Ventoux beklimt, maar gestoord als je het nog eens doet.”

Provençaals gezegde

Sinds 1988 bestaat Le Club des Cinglés du Mont-Ventoux van Christian Pic uit Sorbiers. Om tot dit illustere en inmiddels ook onder Nederlandse en Belgische toerfietsers zeer bekende genootschap toegelaten te worden, moet je de drie zijden van de berg op één dag beklimmen. Je start bijvoorbeeld in Bedoin en rijdt dan volgens het schema Bedoin – top – Malaucène – top – Sault – top – Bedoin; na gedane zaken heb je 136 km afgelegd en 4.390 m geklommen. Is je dat gelukt en kun je dat bewijzen met een gestempelde kaart, dan krijg je van monsieur Pic een oorkonde, een soort medaille en de fel begeerde titel Cinglé du Mont-Ventoux, wat zoveel betekent als Malloot van de Mont Ventoux. Je bent dan officieel lid van Le Club des Cinglés du Mont-Ventoux.

 

Bij het zoeken naar informatie betreffende de Mont-Ventoux in het kader van onze reis naar de Mont Ventoux stuitte ik via de website www.dekaleberg.nl op bovenstaande uitdaging. Ik had er wel eens over gehoord en na een en ander doorgelezen te hebben stond mijn besluit vast. Wanneer wij met de Fietstoerclub in Frankrijk waren om de Mont Ventoux te beklimmen zou dit mallotige avontuur “mijn” uitdaging worden.

Tijdens één van de informatie avonden deelde ik mijn plan mede en één van de eerste reacties was inderdaad dat dit een idioot plan was en niet verantwoord want dat zou veel te zwaar zijn, één keer die berg op is al een hele opgaaf.

“Je moet een tic hebben om dit te doen, maar als je die hebt kun je hem maar beter in je voordeel laten werken.”

P1060905Ik zette het idee dus niet uit mijn hoofd en bleef doortrainen en informatie inwinnen over deze tocht. Lang leek het er op dat ik er alleen voor zou staan maar een aantal weken voor vertrek vertelde Max van Vliet mij dat hij ook deze uitdaging samen met mij aan wilde gaan. Op tijd ingeschreven en al snel was de stempelkaart en het fietsbordje binnen. Alles was er klaar voor om deze uitdaging aan te gaan.

De Cinglés stond gepland voor dinsdag 17 juni mits het weer zou toelaten. De berichten waren gunstig, er zou wat neerslag kunnen vallen, dus maandag de voorbereidingen getroffen. Peter Vaartjes, die zelf niet mocht fietsen, had zich opgeworpen als mental coach, verzorgende etc en bestuurde dus de volgauto. Alle extra kleding, eten etc. kon dus mooi met de auto mee. Op tijd naar bed om maar zoveel mogelijk uitgerust te kunnen beginnen.

Dinsdagmorgen, vier uur, de wekker gaat. Met een slaperig hoofd uit bed gestapt en naar buiten gekeken hoe het weer was. Het was helder buiten, voor zover je dat kan zien in het donker, dus de kleren aan en op zoek naar het ontbijt. Voldoende eten en drinken op dit tijdstip valt niet echt mee maar het moest want het lichaam moet voldoende brandstof hebben. Om vijf uur waren we alle drie gereed en liepen we zachtjes van de camping af om maar niemand onnodig wakker te maken. Het was nog donker toen we de eerste meters richting de “start” maakten.

De eerste klim zou vanuit Bedoin plaatsvinden en dat betekende 10 kilometer vals plat omhoog. Nog niet echt steil maar zo op de vroege ochtend voldoende om de benen direct op spanning te brengen en het ook wat warmer te krijgen want het was slechts 8 graden.

 

Even over half zes waren we bij de start. Het was nog erg rustig in het dorp en langzamerhand werd het licht. Na een paar foto’s en bemoedigende woorden gingen we van start voor de eerste klim. De klim vanuit Bedoin wordt bestempeld als de moeilijkste, 21,5 kilometer lang, 1610 hoogtemeters met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,5% en een maximum van 10,7%.

mv-1

De eerste kilometers gaan lekker, af en toe even schakelen om in een lekker ritme te komen. Niet te snel willen want de dag is nog lang. Ondanks de nog steeds lage temperatuur krijg ik het al snel een stuk warmer. Na 7 kilometer waarbij we een aantal gehuchtjes passeren komen we in het bos. Nu gaat het pas echt beginnen want vanaf hier zijn de stijgingspercentages per kilometer tussen de 9 en 10%. Twee fietsers komen ons tegemoet, zij zijn al boven geweest. Hoe laat zijn zij dan wel niet vertrokken? Het tempo gaat omlaag maar het lichtste verzet hoef ik nog niet te gebruiken. Ik kan lekker doortrappen en door af en toe een buitenbocht te nemen heb je even het gevoel dat je benen uitrusten. Het is slechts een paar meter maar o zo fijn! Het is nu licht maar het zonnetje laat zich (nog) niet zien. Helemaal niet erg want dan krijg je alleen maar last van vliegen die op je zweetdruppels afkomen. Het is heerlijk stil in het bos en ondanks de zware kilometers geniet ik toch van de mij omringende vegetatie en de geluiden van de ontwakende vogels. Heel af en toe zie ik door de bomen de top van de Mont Ventoux. Hij lijkt dichtbij maar dat is schijn. Max zie ik inmiddels niet meer, die klimt een stuk sneller dan ik doe. Hij is ook een stuk jonger en niet te vergeten vele kilo’s lichter.

Na 15 kilometer bereik ik Chalet Reynard, het restaurant aan de grote parkeerplaats aan het einde van het bos en aan het begin van het kale gedeelte. Hier staat Peter met de auto en ook Max staat hier te wachten. Ik neem wat te eten en drink nog iets extra’s en dan gaan we gezamenlijk beginnen aan de laatste zes kilometer naar de top. Max blijft nu een beetje bij mij in de buurt wat een extra stimulans geeft. Ik zie echter dat hij zich in moet houden en geef aan dat hij zijn eigen tempo moet gaan fietsen. Langzaam aan zie ik hem voor me uit gaan. De berg wordt langzamerhand steeds kaler, alleen maar stenen en geen enkel plantje meer te vinden. Het wordt ook frisser en wanneer je een bocht om gaat voel je ook af en toe een koud windje. Tijdens het klimmen vermaak ik me met de teksten die op het wegdek geschreven staan. Joop is 50 geworden, dat is wel duidelijk want dat staat zo ongeveer om de 300 meter op het wegdek. Zelfs de aanmoedigingen van de renners van de Tour van vorig jaar staan nog op het wegdek en zo nog vele andere namen.

Een kilometer voor de top passeer ik het monument ter nagedachtenis aan Tom Simpson, de renner die in 1967 tijdens de tour de France op deze plek van zijn fiets viel en later overleed aan de gevolgen van de hitte en uitputting. Alcoholgebruik en amfetamine zou hier mede aan ten grondslag liggen.

P1060946De top is nu duidelijk te zien en 500 meter voor we daar aankomen wordt keurig aangegeven dat we nog een steil stukje voor de boeg hebben. Peter en Max zijn inmiddels boven en moedigen mij aan. Het laatste stukje is inderdaad steil maar zonder problemen kom ik boven. Het is rond acht uur en de eerste klim van vandaag ligt achter ons.

Het is hier behoorlijk koud, de thermometer van Max geeft niet meer dan drie graden aan en met een behoorlijk windje erbij moeten we hier niet te lang blijven staan. Ik trek een windjack aan en stap weer op de fiets richting Malaucene. Het afdalen gaat toch wat gemakkelijker dan het klimmen maar het is wel constant opletten want achter elke bocht kan een tegenligger komen. Met een niet te hoge snelheid gaan we dalen zodat we ook nog wat om ons heen kunnen kijken. Bovendien zitten er behoorlijk steile stukken bij en is het door de rijsnelheid nog steeds koud. Na een paar kilometer dalen voel je dat het wat warmer wordt mede door het zonnetje die zich nu wat meer laat zien. Dan ineens hoor ik een geluid wat ik liever niet hoor. Ik weet dan ook onmiddellijk dat ik een lekke band heb. De voorband is zo plat als een dubbeltje en moet vervangen worden. Max heeft zich dezer dagen opgeworpen als technisch man en met hulp van hem is de fiets weer snel rijklaar.

Later krijg ik te horen dat ik de bergen nooit met een geplakte band moet fietsen want door de warmte van het afdalen kan het plakkertje loslaten en dan zit je dus met de gebakken peren. Weer wat geleerd, verkeerde zuinigheid dus.

We stappen weer op de fiets en dalen verder af naar Malaucene, Tijdens het afdalen zie ik dat de klim straks behoorlijk pittig wordt want we komen waarschuwingsborden tegen met daarop een dalings- cq stijgingspercentage van 12%. Dat is voor later zorg, eerst nog maar een stukje afdalen. We komen weer in een bos en plotseling is daar Malaucene. Peter staat ons op de parkeerplaats al op te wachten. Ik rij nog even door tot de eerstvolgende winkel om een stempel te halen. Ik ga terug naar Peter en ga nog wat brandstof naar binnen werken ondertussen genietend van een heerlijk zonnetje. We kunnen eindelijk in het shirt gaan fietsen en dus gaan de jacks in de auto.

 

Om half tien klimmen we weer op de fiets voor de tweede beklimming van de dag. Vanuit Malaucene is de lastigste zeggen ze. Dat komt door de wisselvallige stijgingspercentages. Soms heb je in een kilometer een stijging van gemiddeld 5 á 6% om daarna een kilometer te hebben met gemiddeld 9 á 10%. Ook nu is de klim 21 kilometer lang waarbij 1570 hoogtemeters overwonnen moeten worden met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,5 á 8%.

De klim vanuit Malaucene, de noordkant, gaat voornamelijk door het bos en alleen de laatste paar honderd meter is de berg “kaal”.

De eerste paar kilometer gaan lekker, het zonnetje schijnt vrolijk en ik krijg plezier in het klimmen. Kilometer drie en vier zijn weliswaar behoorlijk steil maar de trappers kunnen nog normaal rond gedraaid worden. Het begint ook wat drukker te worden met fietsers van allerlei pluimage. De meesten op een racefiets waarvan sommigen in het profpeloton niet zouden misstaan, maar ook mensen die op een electrische fiets of een huis tuin en keukenfiets met een paar versnellingen omhoog proberen te komen. Een ieder met zijn eigen doelstelling om toch maar één keer die vermaledijde berg op te komen.

Het wordt nu weer wat minder steil en de duim gaat omhoog wanneer Peter me voorbij komt rijden. Mooie vergezichten trekken aan mij voorbij en ik kan steeds verder het dal in kijken.

Dan, na tien kilometer, is het over met de pret. Op de kilometer paaltjes die langs de kant van de weg staan is te zien dat de eerstvolgende kilometer een gemiddeld stijgingspercentage heeft van 9,5%, de daaropvolgende kilometer ook en daarna nog twee kilometer!. Nu begint het serieuze werk voorzover dat nog niet het geval was. Naarmate de meters vorderen beginnen mijn benen nu toch serieus te protesteren. Wat is dat nu? Willen ze er nu al mee stoppen? Ik schakel over op mijn kleinste verzet en probeer weer in mijn ritme te komen. Gelukkig, dit gaat lukken. Toch ben ik blij dat ik Peter zie staan en stop dan ook om wat te eten. Mijn benen trillen van de inspanning en moeten even rustig bijkomen. Na een paar minuten gaat het weer en stap ik weer op de fiets.

Het gaat nu wat minder steil omhoog en dat komt goed uit. Ik kan weer “normaal” omhoog.

Tijdens een beklimming haal je mensen in en je wordt ingehaald. Op een gegeven moment komt er een jonge dame voorbij gefietst die mij toespreekt met de woorden “Knap hoor”. Ik deel haar hetzelfde mede maar kijk wel met een jaloerse blik naar haar snelheid. Aan haar kleding te zien maakt ze deel uit van een professionele wielerploeg. Dan kan ik vrede hebben met haar klim snelheid zeker als ik voor me kijk en zie dat ze de één na de ander inhaalt. Ik nader de top weer en merk dat het kouder wordt. De zon heeft plaatsgemaakt voor laaghangende bewolking en geeft de omgeving een troosteloze indruk. Nog één kilometer en ik ben er.

mv-2

Ik heb de steilste kilometer overleeft en kom rond twaalf uur voor de tweede keer boven. Max is hier al een tijdje en na wat gegeten te hebben en een jack aangetrokken gaan we snel afdalen richting Sault. De eerste zes kilometer gaan over het “kale” stuk maar na Chalet Reynard slaan we linksaf richting Sault door het bos. Een mooie geleidelijke afdaling welke we straks moeten klimmen. Dit is de “gemakkelijke” kant maar wel de langste klim.

We dalen rustig af om de benen te ontspannen. Wanneer we nog een kilometer of vijf, zes moeten dalen begint het te regenen. We besluiten om even te schuilen tot de bui over is. Na een paar minuten kunnen we verder maar al snel volgt een tweede bui. Na nog een stop gaan we verder maar droog blijven doet het niet. We besluiten nu om door te gaan want anders wordt het erg laat. Wanneer we in Sault aankomen regent het nog steeds. Ik haal mijn stempeltje en we besluiten om direct weer te gaan klimmen.

De laatste klim.

Zoals gezegd is de klim vanuit Sault de makkelijkste maar wel de langste klim. De klim is 26 kilometer lang waarbij 1220 hoogtemeters overwonnen moeten worden. Het gemiddelde stijgingspercentage bedraagt 4,7%. Het zwaarste gedeelte van de klim is de laatste 6 kilometer vanaf Chalet Reynard.

De eerste kilometers gaan naar beneden, dan een klein stukje vlak en daarna gaat het weer omhoog. We kunnen er een heerlijk tempo op nahouden alleen de regen is nog steeds spelbreker. Soms is het droog maar omdat het telkens weer gaat regenen besluit ik mijn windjack maar aan te houden. Ondertussen krijg ik steeds meer vertrouwen in een goede afloop van mijn “zotte idee” om de Cinglés te voltooien. Max en ik gaan nu gezamenlijk naar boven, zeker tot de laatste zes kilometer. Naarmate we hoger komen regent het ook wat vaker en beginnen we zo langzamerhand doorweekt te raken. De schoenen lopen vol en we proberen al niet eens meer de waterstroompjes te ontwijken. We naderen het chalet en we zien de top weer. Nog zes kilometer! Wat een heerlijke gedachte om over een klein uurtje aan de laatste afdaling te beginnen op weg naar een warme douche. Bij het chalet nog even wat eten en dan gaan we beginnen aan de laatste kilometers. Max rijdt nu weer langzaam bij me weg en ik ga met mijn eigen gedachten omhoog. Inmiddels is de lucht om me heen zwart geworden en begint het onweer, wat al een tijdje hoorbaar was, steeds dichterbij te komen. Hier word ik niet echt blij van. Ik probeer wat sneller de trappers rond te krijgen maar de vermoeidheid begint zo langzamerhand ook toe te slaan dus dat gaat niet lukken. Nog een paar kilometer en het onweer is nu wel angstig dichtbij. Rondom mij heen overal lichtflitsen en de donder volgt steeds sneller. Tot overmaat van ramp begint het ook nog te hagelen en beginnen mijn benen te blokkeren. Ze willen niet meer maar ze moeten want ik ga nu niet opgeven. Op hoop van zegen zullen we maar zeggen. Stoppen, stop dan zeggen mijn benen en ze raken in een vreselijke ruzie met mijn hoofd waarin een mannetje zit die zegt: “je stopt niet, je gaat door, hiervoor ben je naar de Mont Ventoux gekomen”.

mv-3

Hagelstenen, regen en weer een klap, nog een kilometer. Ik zit te harken op mijn lichtste verzet, ik ben moe, ik ben het zat, wat een k…. weer. Ik ga niet harder meer dan 4, 5 á 6 kilometer per uur. Ik moet uitkijken dat ik niet val. Kom op, nog een klein stukje en maar hopen dat de bliksem mij niet uitzoekt. Nog een paar honderd meter, Peter en Max schreeuwen mij toe, “nog een klein stukje, je kan het”. En dan, de laatste bocht en nog 20 meter. Ik passeer de finishlijn en wordt opgevangen door Peter.

Ik heb het gehaald! Straks nog afdalen en dan is het gebeurd.

Ondertussen regent het nog steeds en het onweert steeds heftiger. We gaan schuilen in de souvenirwinkel waar nog meer Ventoux bedwingers staan. We zijn nog maar net binnen of de donder volgt direct op een angstaanjagende flits. Net op tijd boven! We wachten tot het onweer over is om daarna weer naar beneden te gaan. Ondertussen krijgen we het steeds kouder want we hebben geen droge draad meer over. Wanneer het buiten 10 minuten rustig is besluiten we ondanks dat het nog steeds regent toch naar beneden te gaan. Het is tenslotte al dik over vijf uur. Ik trek nog maar een extra jasje aan en ik heb er spijt van dat ik geen lange broek of tenminste beenstukken in de tas heb gestopt. We gaan heel rustig naar beneden want de weg is kletsnat en ligt bezaaid met stenen en prut. De snelheid komt niet boven de 20 km per uur. Bij het chalet komt Peter me voorbij en zegt dat Max een heel eind achter me zit. Hij gaat alvast terug naar de camping en ik zeg dat ik beneden op Max zal wachten. Naarmate de kilometers vorderen wordt het droger en ook de temperatuur wordt beter. Wanneer ik uiteindelijk beneden kom in Bedoin is de temperatuur gestegen tot zo’n 30 graden maar ik heb het nog steeds ijskoud en sta trillend te wachten op Max. Na een kwartier komt Max aanfietsen. Hij heeft diverse keren moeten stoppen omdat zijn handen zodanig koud waren dat hij geen grip meer had op zijn remmen.

We stappen weer op de fiets en rijden door de hoofdstraat van Bedoin heen waar de terrassen vol zitten met vrolijke mensen die nippend aan een glaasje wijn genieten van de late middagzon. Het moet een koddig gezicht geweest zijn om twee fietsers te zienP1060950, dik ingepakt alsof het winter was, die rillend van de kou voorbij rijden. Net buiten het dorp gaan we de laatste tien kilometer van onze mondstertocht rijden. De gehele route loopt nu vals plat naar beneden en dat voelt heerlijk aan. Rond de klok van kwart vóór zeven draaien we de weg op die naar de camping leidt.

Bij de ingang van de camping wacht ons een verrassing. We worden door onze reisgenoten met applaus onthaald en we kunnen direct ons verhaal doen. Waar wij in die onweersbui zaten met temperaturen van rond de vijf graden zaten zij op de camping met 30 graden. Ze hadden de bui gezien want rond de top van de Ventoux was het roetzwart geweest! We bleven niet al te lang staan want we stonden nog steeds te rillen van de kou en dus gingen we snel op weg naar een warme douche. Ondertussen had Ko een heerlijke maaltijd bereidt, kip kerrie, wat er na zo’n tocht wel in ging. Na de warme douche en de heerlijke maaltijd waren we weer op temperatuur gekomen en konden we deze fantastische dag afsluiten. We hadden het toch maar geklaard!

Tot slot nog wat cijfers: De totale afstand was 155,26 kilometer en met een fietstijd van 10 uur, 15 minuten en 58 seconden kwam ik tot een gemiddelde van 15,1 kilometer!

 

Ton Hoogeveen